Archive | Basisregels RSS feed for this section

Basisregels van het composteren

31 dec

Voor probleemloos thuis composteren zijn er maar 6 basisregels. Deze basisregels zijn allemaal belangrijk, volg ze dan ook alle zes!

IMG_2051

1 De compostbak is vegetariër

Doe alleen plantaardige materialen in de compostbak. Dus geen vlees- of visresten. Kleine hoeveelheden botjes of visgraten kunnen wel, maar zeker geen grote hoeveelheden.

Uitwerpselen van planteneters (cavia’s, hamsters) kunnen prima in de compostbak. Doe echter geen uitwerpselen van vleeseters (o.a. honden en katten) in de compostbak.

Verder natuurlijk alleen materialen die afbreekbaar zijn, dus geen plastic, metalen etc.  Vermijd ook grote hoeveelheden veegzand. Een complete lijst vindt u in ‘wel/niet in de compostbak’.

2 Hoe kleiner. hoe fijner.

Door het materiaal klein te maken vergroot u het contactoppervlak voor de composteerders. Ook kunt u hierdoor veel meer in de compostbak kwijt en wordt de inhoud makelijker te mengen. Dit misschien wel het meeste extra werk.  Snij/knip tuinresten, snijbloemen op maximaal vingerlengte. Voor zachte tuinresten is een elektrische grasmaaier/motormaaier zeer geschikt. Gebruik dikker hout als aanmaakhout voor de kachel, of verwerk het met een hakselaar. Heeft u een grote tuin, maak dan eens een takkenhaag van uw snoeihout. Hiermee vergroot u de biodiversiteit van uw tuin

3 Meng groen met bruin

Groen materiaal (bijv. gras verse bladeren) bevat veel vocht en in verhouding meer stikstof. Bruin materiaal (bijv. stro, herfstbladeren) is droog en bevat meer koolstof. Alleen gras wordt in de compostbak een ondoorlatend plakkaat waardoor de compostering stopt, Alleen bladeren/stro composteert evenmin. Belangrijk is daarom groen met bruin met elkaar te mengen.

Meng bijvoorbeeld 3 delen gras met een deel bruin materiaal. Heeft u veel gazongras, spaar in de herfst een voorraad bruin materiaal om deze in het groeiseizoen te gebruiken!

4 Hou het luchtigIMG_3073

Overal in de compostbak moet voldoende lucht kunnen komen. Deze bevat de noodzakelijke zuurstof voor de composteerders. Te weinig zuurstof geeft stank. Prik daarom ca wekelijks in de compost met een prikstok. Meng af een toe door met een mestvork. Prik/meng in de koude winterperiode minder, om te veel warmteverlies te voorkomen  Ook door de goede mening van groene met bruin ontstaat een rulle, goed doorlatende massa.

5 Hou het vochtig

De organismen hebben vocht nodig. dit zit vooral in groene materialen. Voegt u in een laag meer droge materialen toe, dan is het raadzaam water toe te voegen. Half uitgerijpte compost kan (te) veel water opnemen, waardoor het compostproces ook kan stoppen), Dit kunt u testen door een hand compost te nemen en daarin te knijpen. Komen er druppel uit, dan is de compost te nat, Meng deze dan met droge materialen. Valt de compost na knijpen uit elkaar, dan is deze te droog en kunt u water toevoegen

6 Hou het warmIMG_3063

Bij de compostering ontstaat warmte,waardoor het compostproces wordt versneld. Wordt de compost te koud, dan vertraagt het compostproces ook. Dek in de winter de compost af met een stuk nopjesplastic of tapijt. Prik en meng dan ook minder.