Lezing Prof. dr. ir. Willie Peijnenburg

2 jan

Lezing Prof. dr. ir. Willie Peijnenburg in raadzaal te Boxtel op 10-10-2011 onder de titel Naar een duurzame leefomgeving – perspectief voor duurzaam handelen. 

Opmerking vooraf:

Willie Peijnenburg verzorgt de lezing in het kader van een netwerkbijeenkomst georganiseerd door de werkgroep Lokale Agenda 21 Boxtel. Ca. 50 mensen zijn bij de voordracht aanwezig. Voorzitter Betsie van der Sloot-Van der Heijden van LA 21 verwacht positieve energie door zijn verhaal. Wethouder Peter van der Wiel acht een goedlopende LA 21, die veel activiteiten opzet met verschillende burgers, van groot belang voor de Boxtelse gemeenschap en wenst de werkgroep daar succes mee.

In dit verslag geef ik enkele punten aan uit de lezing. De heer Peijnenburg baseerde zijn lezing  op zijn oratie uitgesproken d.d. 19-09-2011 bij de aanvaarding van zijn leerstoel milieutoxicologie en biodiversiteit aan de Universiteit van Leiden.

Enkele punten:

-          Velen maken zich zorgen om kwaliteit van de leefomgeving op de aarde. Om die leefomgeving in stand te houden is een meer duurzame levensstijl van de mens nodig.

-          Op basis van de Brundlandt-definitie van duurzaamheid moeten de volgende generaties de diensten van de aarde kunnen blijven gebruiken net als onze generatie. Essentiële grondstoffen zijn eindig en mogen niet uitgeput raken. De ecologie legde de basis voor genoemde definitie in haar streven naar een duurzame ontwikkeling van soorten ondanks de natuurlijke aanwas van soorten.

-          Duurzame ontwikkeling is daarna nader gedefinieerd als een harmonische ontwikkeling van de aandachtsvelden people, planet en profit. Die speelt een belangrijke rol in b.v. het tegengaan van klimaatverandering en het beperken van  vermindering van de watervoorraad door menselijk handelen.

-          In de integrale beoordeling van de bedreigingen van de leefomgeving is eerst gewerkt met strenge normen voor bedreigende stoffen binnen de zgn. milieugebruiksruimte. Nu gaat het meer om het ecologisch perspectief voor duurzaam handelen en de gebruiksruimte voor het landelijke en het stedelijke milieu. Zodoende is de aanpak van bodemverontreiniging in de Kempen op een lager niveau gekomen. De regelgeving is daarbij steeds meer gebaseerd op Europese richtlijnen.

-          De biodiversiteit wordt bedreigd door toepassing van meer giftige stoffen. De biodiversiteit is een graadmeter voor de gezondheid van onze planeet en een voorwaarde voor een duurzaam ecosysteem en een duurzame voedselproductie. De huidige biodiversiteit is veel minder dan in de geologische geschiedenis voorkwam. Soorten sterven al uit voor we ze ontdekt hebben. Een op de tien zullen uitgestorven zijn voor het eind van deze eeuw. De toenemende druk van de mensheid leidt tot verschillende aantastingen van het milieu incl. de stratosfeer (meer kleine deeltjes b.v.).  Ook dit jaar wordt een klimaatverandering weer zichtbaar, waarop de steden en dorpen niet zijn voorbereid. Dit uit zich b.v. in het onderlopen van kelders.

-          Rachel Carson waarschuwde al voor de bedreiging van het leefmilieu in haar boek Silent Spring (1962). Zij ging in tegen de productie van DDT door de industrie en de toepassing ervan. Nog steeds wordt DDT gebruikt tegen de malariamug. Zo komen we bij het onderzoek naar de neveneffecten van eerder aanvaarde bestrijdingsmiddelen. Pas  rampen geven erkenning van probleem en wijziging van gebruik van chemicaliën.

-          Minister Pieter Winsemius kwam tot het inzicht van de beleidscyclus van milieu­problemen. Zie daarvoor ook zijn boek Gast in eigen Huis. Net als de Lekkerkerk-affaire leidde ook de vuurwerkramp in Enschede tot nieuwe en strenge regelgeving. Na verloop van tijd verslapt de aandacht en wordt de wetgeving geëvalueerd en veelal versoepeld. Dat past binnen de genoemde cyclus.

-          Momenteel is de vraag aan de orde of  de verwerking van de uiterst kleine nanodeeltjes in allerlei producten (b.v. eten, kleding, benzine) leidt tot negatieve effecten.

-          Chemische bodemverontreiniging bleek soms samen te gaan met toch veel bodem­leven. Bedrijven klaagden over de toch strenge bodemkwaliteitseisen in kader van bodemsanering.

-          De EU-regelgeving is gericht op het bestrijden van risico’s; om de risico’s in te schatten worden binnen de nieuwe Europese Wetgeving voor chemische stoffen (REACH) steeds meer gewerkt met rekenmodellen. Daardoor worden dierproeven minder nodig, maar ze zijn nog niet kostbaar genoeg om ze te verminderen.

-          De risico’s van metalen zoals koper en zink in het water en grond blijken vaak lager dan in het verleden gedacht. Er zijn daardoor achteraf bezien ook onnodig kostbare saneringen uitgevoerd. Daadwerkelijke effecten beheersen i.p.v. mogelijke effecten is de nieuwe uitdaging in dit verband. Verrassingen op basis van onderzoek komen echter nog steeds voor.

-          Er ligt een grauwe sluier van stoffen over ons land met een lage concentratie per stof, maar wat doet de wolk met de gezondheid b.v. via de voedselketen en met de soorten in de leefomgeving? Die grauwe sluiter is iets anders dan het geringe of geen effect van kortstondige verhoging van stoffen in de lucht. Het effect van duizenden stoffen samen in de lucht, water, en in de bodem, lijkt moeilijk te onderzoeken.

-          Er is wel kennis uit grootschalige statistieken van de waterkwaliteit van oppervlakte­water in relatie tot de visstand; kennis van neveneffecten van bestrijdingsmiddelen op de biodiversiteit; loopt onderzoek naar het effect van een mix van stoffen op hoogverontreinigde locaties; kennis van het effect van jarenlange toepassing van bestrijdingsmiddelen in het bollengebied. Bedoeling is om stofspecifieke modellen te maken. Gezondheidsraad wil onderzoek naar de gezondheid van mensen wonend bij gronden waar bestrijdingsmiddelen worden gebruikt, omdat de neveneffecten van bestrijdingsmiddelen nog steeds niet voldoende duidelijk zijn. Onderzoek naar eventuele schadelijke effecten van de chemische nanomaterialen wordt onderzocht. De biobased economy moet nog uitgewerkt worden. De grote vraag die hier onder ligt, is of er duurzame alternatieven zijn voor het groeidenken dat jaren vanzelfsprekend was, maar nu minder voor de hand ligt gezien de economische crises.

Discussie:

Nadat de voorzitster haar dank heeft uitgesproken voor de inspirerende woorden van de heer  Peijnenburg, komen vragen uit de zaal aan bod:

-          De gemeente Boxtel stelt voor om weer het chemische middel Roundup te gaan gebruiken, na jaren van alleen vegen en branden van openbare terreinen. Wat moeten we daar van vinden?
De heer Peijnenburg waarschuwt dat dit de milieukwaliteit zal verminderen. Roundup is een giftige stof; maar het is een gemeentelijke afweging van verschillende belangen, waaronder het financiële belang. In het belang van het milieu zou je geen chemische bestrijdingsmiddelen meer moeten toepassen.

-          Het kwantificeren van het effect van toxische stoffen is moeilijk; er is net wel een Atlas van de kwaliteit van de leefomgeving uitgekomen.
De heer Peijnenburg wijst er nog op dat mensen soms aan heel veel slechte stoffen bloot staan, zoals b.v. de arbeiders in de hoogovens van IJmuiden; die kregen niet alleen het nodige te verwerken op het werk maar ook thuis in de nabijheid van die fabrieken.

-          Hoe zal de bijenstand zich ontwikkelen in de toekomst?
De heer Peijnenburg meldt, dat er niet alleen het negatieve effect van bepaalde bestrijdingsmiddelen in de landbouw kan zijn (die in de honing terecht kunnen komen), maar ook van de faroamijt en wellicht ook van straling en licht (zendmasten zouden het richtingsgevoel van de bijen aan kunnen tasten). De wetenschap is het nog niet over eens; België en Duitsland hebben die bestrijdingsmiddelen intussen wel verboden, maar de Universiteit Wageningen ziet er nog geen gevaar in. Dus de ontwikkeling van de bijenstand is nog niet duidelijk.

-          Zink heeft toch een negatief effect op de biodiversiteit en cadmium op de gezondheid?
De heer Peijnenburg wijst erop dat zink en cadmium wel uitspoelen uit de bodem, waardoor het ook giftige lood naar boven komt.

-          Er was in het verleden een geheim spreekuur voor de werkers in de bollenvelden op de Universiteit van Leiden.
De heer Peijnenburg kent dat spreekuur niet. Hij wijst op het onderwerp bestrijdings­middelen en volksgezondheid van Zembla; dat heeft geleid tot een advies van de Gezondheidsraad om dit onderwerp nader gaan onderzoeken. Daarbij komt ook het gebruik van kwik (zoals eerder in de bollenteelt) aan bod.

Voorzitter Betsie van der Sloot-Van der Heijden bedankt de heer Peijnenburg nogmaals voor zijn “thuiswedstrijd”.

Gerard Buiks, lid werkgroep LA21 Boxtel,

17-10-2011.

 

 

Comments are closed.